Vochtproblemen

Hierbij informatie over vocht en de daar aangekoppelde problematiek voor een ieder die met bouwen te maken heeft, zowel de professional als de doe-het-zelver.

De natuur kan ons veel leren. Kijken we naar bomen en planten, dan zien we dat gezonde bomen en planten via de bladeren of stam geen vocht of water opnemen, doch bij de meeste planten parelt het water van het blad. Zo gauw het blad wel vocht gaat opnemen begint het rottingsproces, hetzelfde gebeurt met bouwmaterialen.

Alle bouwmaterialen welke vocht opnemen veranderen dus.

In dimensie, dat wil zeggen in omvang, het materiaal wordt dikker of langer
In gewicht
In geleiding
In sterkte
Er zijn ook nog twee andere invloeden welke onze bouwmaterialen veranderen, dat zijn temperatuur en UV-licht.

Welke vormen van aantasting c.q. schade kennen wij eigenlijk, waarbij vocht of water de katalysator is om het proces op gang te zetten.

Chemische aantasting
Opname van regenwater in poreuze bouwmaterialen met daarin opgeloste schadelijke stoffen (zure regen).
Mechanische aantasting
Denk hierbij aan zoutkristallisatieschade achter verflagen, in stuclagen of in baksteen, metselspecie of voegmortel en vorstschade.
Biologische aantasting
Hierbij gaat het om algen, schimmels, mossen en zwammen.
Zoals gezegd, al deze drie mechanismen zijn afhankelijk van de factor water/vocht. Zonder water of vocht zouden deze drie vormen van schade nagenoeg niet kunnen bestaan. Wat voor vormen van vochtinwerking kennen we:

Regenneerslag
Soms met harde wind.
Spatwater
Dat wil zeggen, water wat vanaf daken naar beneden komt waar geen dakgoot aanwezig is of van hellingen en wat vervolgens weer opspat. Denk daarbij aan boerderijen en kerken zonder dakgoot, en aan binnensteden waar plasvorming ontstaat en vervolgens het verkeer dit water doet opspatten tot onder aan de gevels langs de straat.
Zijdelings indringend vocht
Denk hierbij aan hevige regenval waarbij water naar lage gedeelten stroomt en vervolgens langzaam maar zeker naar beneden zakt. Gedurende de periode dat het dan nog niet is weggezakt kan het zijdelings indringen in funderingen.
Grondwater
Sommige bouwwerken staan met voeten of kelder 24 uur per dag in het water.
Optrekkend vocht
Dat wil zeggen, vocht of water van laag gelegen delen van het bouwwerk beneden maaiveld nemen capillair vocht op en transporteren dit naar hogere gedeelten. Vaak wordt er dan een afdichting aangebracht of een verfproduct of stuclaag waarmee men de capillaire werking positief beïnvloedt en het vocht nog verder naar boven trekt.
Condensatie
Hierbij moet men een verschil maken tussen oppervlaktecondensatie, dit is zichtbaar, en inwendige condensatie, niet zichtbaar. Beide zijn schadelijk.
Hygroscopische vochtigheid
Dat wil zeggen de eigenschappen van zout om vocht uit de lucht aan te trekken en vast te houden.
Voor al deze vormen van vochtopname of vochtinwerking zijn middelen om dit te reduceren zo niet geheel te voorkomen.

Regendoorslag
Door middel van een goede hydrofoberende impregnering of waterwerende muurverf. Beide moeten wel dampdoorlatend zijn, zodat ingesloten vocht naar buiten moet kunnen of bij inwendige condensatie na opwarming dampvorming weer kan uittreden.
Spatwater
Zorgen voor een betere afvoer of een bescherming onderlangs aanbrengen. Denk hierbij aan het gevaar van optrekkend vocht.
Zijdelings indringend vocht
Denk hierbij aan een afdichting van fundament of kelder aan de buitenzijde.
Grondwater
Ook hier is een kelderafdichtingsproduct aan de buitenzijde of binnenzijde een mogelijkheid.
Optrekkend vocht
Meerdere mogelijkheden:
Aanbrengen van folie, plaatmateriaal of boorgateninjectie.
Condensatie
Dit kan vaak al worden opgelost door isolatiematerialen. Denk daarbij aan isolerende beglazing, isolerende pleisterlagen.
Hygroscopische vochtigheid
Dit is ook weer nagenoeg volledig op te lossen door gebruik te maken van speciale saneerputzen welke zoutresistent zijn of in staat zijn om de zouten op te slaan c.q. te bufferen.
Dat vochtwering belangrijk is, niet alleen voor de aantasting van het materiaal, maar ook voor de isolatiewaarde c.q. het behoud van de isolatiewaarde spreekt voor zich. Het verschil in isolatiewaarde in relatie tot laagdikte, minerale wol, een vrij dun laagje biedt een hoge isolatie. Wil men hetzelfde bereiken met baksteen, dan moet men qua dikte soms het 10- tot 15-voudige aanbrengen.
Dat vochtwering zoals gezegd belangrijk is voor de warmte-isolatie blijkt wel uit het volgende voorbeeld.

Alle isolatiewaarden welke wij opkrijgen van fabrikanten van isolatiemateriaal hebben altijd betrekking op droog materiaal. Zo gauw het vochtpercentage in dat materiaal met 4% stijgt, kan het verval in warmte-isolatie al 50% bedragen.