Afdichting Kelders
Afdichting van lekke, vochtige bestaande kelders, lukt het of lukt het niet, wordt de ellende groter of het probleem werkelijk opgelost.
Nog niet zo lang geleden dienden kelders als opslagruimte, waarbij de omstandigheden in de kelder niet altijd het belangrijkste waren. Daar wij steeds meer waarde hechten aan comfort en de nuttige woonruimte proberen te vergroten en aangenamer te maken, worden in heel veel gevallen de kelders, welke vroeger dienst deden als provisiekast, opslagruimte of in het geheel niet werden gebruikt, gerenoveerd.
Door een kelder onder een woning of gebouw op een verantwoorde deskundige manier te behandelen, zodat deze ook inderdaad goed bruikbaar is, wordt de waarde aanzienlijk verhoogd, vandaar dat een waterdichte kelder van belang is. Indien bovendien rekening wordt gehouden met ventilatie, verwarming en licht, is een kelder een volwaardige ruimte van het totale gebouw of woning geworden en kan worden gebruikt als kantoorruimte, woon-, slaap-, kinderkamer of hobbyruimte. Bovendien zorgt een droge kelder ervoor dat er een soort warmte-vochtbuffer ontstaat tussen grond en de daar boven liggende ruimte.
Soort van afdichting, toe te passen producten en afwerking zijn sterk afhankelijk van de omstandigheden c.q. situatie ter plaatse. Het is heden ten dage onomstotelijk aangetoond, zowel technisch als wetenschappelijk, dat alle schade ontstaat door vocht en water. Hieronder vallen onder andere chemische, mechanische en biologische corrosie c.q. aantasting, dit in combinatie met licht oplosbare zouten uit de ondergrond. Vocht is bovendien verantwoordelijk voor reductie van de warmte-isolatie.
Biologische aangroei kan bestaan bij de gratie van vocht zoals algen, schimmels, zwammen, mos, enz., dit geldt ook voor een aantal dierlijke organismen. Niet al het vocht is het gevolg van lekkage, hierbij een weergave van de vochtbronnen:
Vochtoorzaken in metselwerk
Praktisch alle vormen van schade in gebouwen wordt veroorzaakt door water in samenwerking met zouten.
Vochtige en natte muren zorgen voor enorm veel warmteverlies en zijn bovendien onhygiënisch.
Naast de technische tekortkomingen, zoals lekkage via daken, regenpijpen, dakgoten, spatwaterbelasting, kan men de volgende hoofdoorzaken vermelden:
Optrekkend vocht
Het vocht wat vanuit de vochtige grond c.q. bodem via capillaire werking naar boven wordt gezogen, waarbij zouten worden meegenomen. Hier verdampt het water en de zouten blijven achter. Dit proces herhaalt zich steeds. Door kristallisatie van zout ontstaat schade aan de verf- of pleisterlagen.
Grondvocht/ niet drukkend water
Vocht wat zijdelings in metselwerk dringt.
Hygroscopisch vocht
Met hygroscopiciteit wordt de eigenschap van zouten aangeduid, water uit de lucht op te nemen -afhankelijk van de relatieve luchtvochtigheid -en dit vast te houden.
Condens
Dit is de overgang van waterdamp naar vloeibaar water op of in het metselwerk c.q. wand.
Goede vochtwering betekent tevens energiebesparing door warmte-isolatie en heeft dus direct effect op het milieu.
Veel problemen bij kelders zijn niet alleen het gevolg van slechte uitvoering, doch kunnen ook ontstaan door verandering in het gebruik van de kelder, verandering van de omgeving; bestrating, riolering, enz.
Problemen kunnen ook ontstaan door toepassing van verkeerde producten, in kelders zou men eigenlijk geen kalkgebonden pleisters en/of gipshoudend materiaal moeten verwerken, deze leiden eerder tot problemen dan het oplossen van de problemen.
Wie is er niet bekend met het feit dat bij gewelven, kelders en/of andere door verandering van gebruik, bijv. restaurants, bars, kantoren, zonder dat er vooraf voldoende maatregelen zijn getroffen, wanden beginnen te gruizen en er zich grote zoutuitbloeiingen voordoen, etc. Dat komt omdat de verdampingsgrens naar binnen is gelegd, daar waar vroeger dus geen verdamping en vochttransport plaatsvond en/of de verdamping buiten plaatsvond.
Alvorens men echter een adequate oplossing kan bieden om een kelder droog en leefbaar te maken, is onderzoek noodzakelijk:
Onderzoek naar wandopbouw; waaruit bestaat de wand, zoutgehaltes bepalen, andere vochtbronnen dan grondwater/regendoorslag en aanverwante vochtmechanismen uitsluiten c.q. traceren voor zover mogelijk.
Indien er grondig en verantwoord onderzoek verricht is, kan er een diagnose gesteld worden en op basis daarvan een advies worden uitgebracht.
Enige bouwfysische kennis is daarbij van groot belang zoniet noodzakelijk, lang niet alle op de markt verkrijgbare producten zijn voor het oplossen van alle problemen geschikt. Tevens is het riskant om lekkages, welke gelokaliseerd zijn, plaatselijk af te dichten, water is dun en zoekt de weg van de minste weerstand, heeft men de ene lekkageplaats afgedicht dan zal het water de volgende zwakste plaats opzoeken en er zal opnieuw een lekkage ontstaan.
Ook het aanbrengen van een klokpomp in de vloer is geen oplossing en door een dergelijke methode wordt ook de kelder niet echt goed droog. Een pomp plaatsen is symptoombestrijding, ook het aanbrengen van een voorzetwand is camouflage. Het probleem bij de wortel aanpakken geeft u de verzekering dat een lekke vochtige kelder ook echt droog wordt, met dien verstande dat de uitvoering hierbij van cruciaal belang is, dus de verwerker bepaalt of de geadviseerde producten ook leiden tot succes.
Een betonnen kelder wordt anders behandeld dan een gemetselde kelder. De afdichtingsproducten welke volgens advies geschikt zijn om de kelder waterdicht en droog te maken, dienen te allen tijde aangebracht te worden op een ondergrond welke geschikt is voor het aanbrengen van die producten. Dat betekent in de meeste gevallen alle bewerkingen en/of genomen maatregelen uit het verleden dienen verwijderd te worden, dus watergootjes gecreëerd rondom de kelderwand, wat maar al te vaak gebeurt in de praktijk, ook verwijderen.
Ook de vloer dient goed gecontroleerd te worden c.q. getest op lekkage. In veel gevallen komt het voor dat de oorspronkelijke vloer is voorzien van een zandcement dekvloer of anders.
Deze werkt vaak als een spons en absorbeert water vanuit de wand, heel vaak komt dat water binnen bij de aansluiting wand-vloer.
Vaak wordt er dan gedacht dat ook de vloer lekt, omdat deze door en door nat is, in heel veel gevallen is dit echter niet aan de orde. Mocht de ondervloer wel lekken, dan zal ook gekozen moeten worden voor het verwijderen van de zandcement dekvloer of een afdichting aanbrengen op de zandcement dekvloer en vervolgens een nieuwe zandcement dekvloer aanbrengen, al of niet voorzien van wapening.
Wanden
Bij verschillende inspecties constateert men dat er al vele pogingen gedaan zijn om de kelder droog te maken, dat kon soms ontaarden in dikke lagen snelcement, mortel, verf, epoxy, vaak ook nog ondeskundig aangebracht. In de praktijk zeggen wij wel eens "ga zo door en je houdt geen kelder meer over, de ruimte wordt steeds kleiner" of "gooi de rest maar vol met zand, want hier is toch niets meer aan te redden".
Terugkomend op de voorbewerking, de wand moet dusdanig zijn voorbewerkt dat deze geschikt is voor het aanbrengen van een afdichtingssysteem, in de meeste gevallen metselwerk. Na het verwijderen van alle bewerkingen, tot op het metselwerk, dienen ook de voegen gecontroleerd te worden, zwakke slechte voegen verwijderen c.q. uitkrabben. Plaatsen waar water door naar binnen sijpelt en/of stroomt kunnen snel worden dichtgezet met speciale snelverhardende mortels (snelcement).
Vervolgens wordt de ondergrond besproeid met een vloeistof (kiezelzuurester, een alkalische siliciumverbinding), deze vloeistof dringt in de ondergrond, reageert hier chemisch en verdicht het oppervlak, verstevigt het oppervlak en maakt het hydrofoob. Er zijn ook voorbeelden van een afdichting alleen bestaande uit mortels, zonder vloeistof. Een dergelijke afdichting kan nooit een dermate verbinding c.q. afdichting teweegbrengen dan wanneer er wordt gewerkt in combinatie met vloeistof en mortel. Door de vloeistof krijgt men een dieptewerking, chemische verankering, versteviging, hydrofobering en zoutbinding in de ondergrond en een chemische verbinding met de afdichtingsmortel.
Nadat de vloeistof in de ondergrond is opgenomen, maar nog niet droog is, wordt de afdichtingsmortel aangebracht, de bewerking: vloeistof en mortel wordt nog eens tweemaal herhaald. In principe heeft men dan een waterdichte kelder. Dat wil niet zeggen dat de kelder ook droog is. Omdat we een relatief dunne afdichtingslaag op de koude kelderwand hebben aangebracht, welke geen vocht meer kan absorberen uit de ruimte, is het zeer waarschijnlijk dat er oppervlaktecondensatie op de wand optreedt.
Dit is afhankelijk van de wandtemperatuur, de temperatuur in de kelder en de relatieve luchtvochtigheid.
Indien dan het dauwpunt op de wand komt te liggen dan zal er condensatie optreden. Dit kan dermate veel zijn, dat er zelfs plassen water in de kelder komen te staan, dit is alleen met ventilatie en verandering van temperatuur vaak niet te voorkomen.
Wil men dit probleem oplossen, dan is het noodzakelijk om de afdichting te voorzien van een isolerende pleisterlaag. Het moet een zogenaamde vochtregulerende pleisterlaag zijn, bijvoorbeeld saneerputzen WTA. Door gebruik te maken van deze pleisters, welke dan in een laagdikte moeten worden aangebracht van ca. 2 cm, voorkomt men dit en hierdoor wordt het klimaat in de kelder aangenamer en prettiger en de kelder is droog.
Daar wij in veel gevallen te maken hebben met zouten moeten de producten welke toegepast worden voor een binnenafdichting zoutbestendig zijn, d.w.z. ze moeten niet direct worden aangetast door de zouten vanuit de ondergrond. Ook is het noodzakelijk dat de vloeistof, kiezelzuurester een alkalische siliciumverbinding, geen extra zoutbelasting met zich meebrengt. Dat kan door gebruik te maken van speciale formuleringen en niet zoals in het verleden vaak gebeurde, waterglas te gebruiken. In die gevallen waar de vloer niet lek is en waar wel een zandcement dekvloer is aangebracht, is het natuurlijk vanzelfsprekend dat de zandcement dekvloer rondom de kelderwand over een breedte naar binnen toe van 20 à 25 cm, wordt verwijderd, zodat ook de afdichting in de hoek, bij de aansluiting wand-vloer en een stukje over de vloer, kan worden aangebracht. De uitgehakte ruimte in de zandcement dekvloer kan na afdichting weer worden opgevuld.
Vloeren
Indien ook de vloeren lekken en er wordt besloten dat de zandcement dekvloer verwijderd wordt, dan is de werkwijze als volgt:
Lekkages c.q. plaatsen waar water doorsijpelt, dichtzetten met een speciale mortel, snelcement.
Vervolgens de gehele vloer behandelen met kiezelzuurester, een alkalische siliciumverbinding.
Hierover een afdichtingsmortel aanbrengen.
Na droging van deze afdichting, de vloer tweemaal behandelen met een elastische bitumenemulsie, oplosmiddelvrij en watergedragen.
Na droging van dit elastische membraan kan dan een nieuwe zandcement dekvloer worden aangebracht met krimpnet.
Het is absoluut af te raden om de wanden, welke met een speciale pleister zijn afgewerkt, dicht te zetten c.q. af te werken met een gipshoudend materiaal of een dichte coating, omdat anders het effect van die vochtregulering en het tegengaan van condensvorming teniet wordt gedaan.
Hetzelfde geldt voor kalkhoudende pleisters, ook deze zijn niet geschikt om toe te passen in kelders, dat heeft te maken met de hydratatie c.q. afbinding van kalkmortel.
Indien er vocht in de kalkmortel blijft zal deze nooit goed kunnen verharden.
Scheurvorming in de ondergrond
Indien we te maken hebben met minder stabiele wanden c.q. ondergronden, waar sprake is van scheurvorming, dan zou men kunnen overwegen deze mineraal te stuken of af te dichten d.m.v. injecteren met bijvoorbeeld twee componenten polyurethaan injectiehars, waarbij moet worden opgemerkt dat ter plaatse van de scheurvorming te allen tijde werking zou kunnen ontstaan, waardoor een afdichting eveneens onvoldoende tot zijn recht zou kunnen komen. Met andere woorden, door de werking in de ondergrond zou de afdichting kunnen gaan scheuren.
Voor meer informatie en/of adviezen en deskundig onderzoek kunt u zich ten alle tijden tot de deskundigen wenden.